verslag bijeenkomst

Verslag Dutch Round Table on performance measurement

28 november 2012

Op woensdag 28 November vond de vierde editie plaats van de “Dutch Performance Measurement Round Table”, het evenement dat jaarlijks georganiseerd door de VBA commissie investment performance management. Meer dan dertig professionals op het gebied van performance measurement woonden deze editie bij in het Rosarium in Amsterdam.

Na het welkomstwoord van dagvoorzitter Corné Reniers, was het de beurt aan spreker  Patty Hofmans van PGGM. Het onderwerp van haar presentatie was de integratie van de performance en risk functie. Vanuit haar functie als manager van de afdeling Performance & Risk Analysis, is dit een ‘natuurlijk’ onderwerp voor haar, waarover ze veel kennis en ervaring uit haar eigen werk kan delen.

 

Performance en risico afdelingen binnen Nederlandse vermogensbeheerder zijn merendeels gescheiden. Slechts een kleine minderheid van de vermogensbeheerders (waaronder dus PGGM) heeft deze twee functies wel geïntegreerd. Uit onderzoek blijkt echter dat vermogensbeheerders verwachten dat deze twee functies in de komende tien jaar in toenemende mate geïntegreerd gaan worden.

 

Tijdens de presentatie ontstond als snel een discussie over het fundamentele verschil tussen ex-post en ex-ante analyses. Waar performance een nauwkeurige analyse maakt op basis van historische, definitieve data, probeert risk een analyse te maken op basis van de meest recente beschikbare data. Vanuit het perspectief van performance kan gewacht worden totdat definitieve en juiste gegevens beschikbaar zijn, terwijl risk hier niet op kan wachten en het zal moeten doen met hetgeen er op dat moment beschikbaar is. Om dezelfde reden wordt in de praktijk zelden of nooit één software systeem voor beide doeleinden gebruikt, al was een meerderheid van de aanwezigen van mening dat dit in de komende jaren wel door veel vermogensbeheerders nagestreefd gaat worden. De combinatie van ex-post en ex-ante cijfers wordt wel door een toenemend aantal vermogensbeheerders naast elkaar gebruikt in beleggingsrapportages.  Verschillende deelnemers merkten echter op dat het zaak is om eerst performance attributie goed op orde te krijgen en dan pas naar dit soort stappen te kijken.

 

Ook het carrièreperspectief van werknemers binnen performance en risk werd bekeken vanuit de invalshoek van integratie. Hoeveel mensen stappen er in de praktijk over van performance naar risk of andersom?  Zou het niet beter zijn om – vooral op junior niveaus – analisten in de eerste paar jaar te laten schakelen tussen risk en performance? Of zou er juist voor gezorgd moeten worden dat iemand allebei tegelijk doet? De meningen hierover liepen uiteen, maar er was wel overeenstemming dat het simpelweg fysiek ‘naast’ elkaar zetten van de afdelingen performance en risk niet tot integratie leidt. Om dat te bewerkstelligen moeten werknemers toch echt beide onderdelen kennen en moeten er vele onderlinge contacten zijn. Het ‘rouleren’ of uitwisselen zou daar een goede eerste stap toe zijn.

 

De tweede helft van het programma stond in het teken van de praktische uitvoering van GIPS (de Global Investment Performance Standards van het CFA institute). Het onderwerp werd ingeleid door Jed Schneider van de Spaulding Group, een Amerikaanse consultant op het gebied van performance. In zijn presentatie ging Jed in op veelvoorkomende fouten die gemaakt worden bij de GIPS performance meeting. Vrijwel alle grote vermogensbeheerders in Nederland zijn GIPS compliant, het merendeel laat zich ook nog verifiëren door een externe partij.

 

Één van de veelgemaakte fouten is het verwarren van de large cash flow policy met de significant cash flow policy. De eerste (large) is verplicht en heeft betrekking op het herwaarderen van de hele portefeuille met als doel de juiste (time-weighted) performance te berekenen. Neem het voorbeeld van een  portefeuille die maandelijks gewaardeerd wordt: in het geval van een grote instroom of uitstroom van beheerd vermogen tijdens de maand, moet deze voor de performance berekening ofwel aan het begin ofwel aan het einde van de maand verondersteld worden. Door een consistente grens te stellen die een ‘large’ cash flow definieert (bijvoorbeeld 1% van de AUM of 1 miljoen euro) kan de portefeuille tussentijds op een consistente manier herwaardeerd worden.

 

De significant cash flow policy is optioneel en heeft betrekking op het tijdelijk niet kunnen uitvoeren van de beleggingsstrategie als gevolg van een grote instroom of uitstroom van beheerd vermogen. Door de instroom van een significant bedrag aan nieuw beheerd vermogen kan het (zeker bij minder liquide beleggingscategorieën) een aantal weken of maanden duren voordat dit geld daadwerkelijk belegd is. In de tussentijd kan het fonds dus niet de eigenlijke beleggingsstrategie volgen. Door een consistente definitie op te stellen van ‘significant’ cash flows (bijvoorbeeld 10% van de AUM of 10 miljoen euro) kan de vermogensbeheerder portefeuilles tijdelijk uit GIPS composites halen en zo voorkomen dat de performance ten onrechte beïnvloed wordt.

 

Zoals de dagvoorzitter aan het begin van de middag opmerkte is de performance wereld – in tegenstelling tot veel van de beleggingsafdelingen – er één van transparantie en niet van geheimen. Tijdens deze geslaagde roundtable waarin vrijuit kennis werd gedeeld tussen alle deelnemers bleek dit eens te meer!

REAGEER > waardering:
0 stemmen

reacties


Om misbruik tegen te gaan dient u ingelogd te zijn.
AANMELDEN >
Lid van EFFAS - european federation of financial analysts societies
© vba beleggingsprofessionals 2017