verslag bijeenkomst

Verslag VU-VBA Seminar Levenscyclus-beleggen

21 mei 2012

Op 21 mei organiseerde de VBA samen met de VU een seminar over levenscyclus beleggen. Na een bespreking van de theorie door Tom Steenkamp, spiegelde Theo Nijman het publiek voor hoe levenscyclus beleggen verweven is in het nieuwe pensioenstelsel. Na de pauze was het woord aan Bas Donkers die over risicovoorkeuren en beleggen sprak en het laatste woord was aan de AFM.

Wat wordt bedoeld met ‘levenscyclus-beleggen’? Als de asset allocatie wordt aangepast aan de resterende beleggingshorizon, dan volgen de beleggingen de levenscyclus. Anders gezegd; naarmate de pensioengerechtigde leeftijd dichterbij komt, wijzigt de asset allocatie. Het belangrijkste argument voor levensscylus-beleggen is human capital: het verdienvermogen van iemand. Samen met financieel vermogen vormt human capital het totale vermogen. Een jong persoon heeft nog vele productieve arbeidsjaren voor zich, human capital maakt een groot deel van het totale vermogen uit en daarom kan het financiële vermogen risicovoller belegd worden. Lees, op jonge leeftijd belegt men meer/het hele financieel vermogen in aandelen. Op latere leeftijd is de (terug)verdiencapaciteit afgenomen en hebben minder risicovolle en lager renderende vermogenstitels de voorkeur. In de VS groeien de fondsen die kiezen voor levenscyclus-beleggen met circa 40% per jaar. Daar heeft het pensioenstelsel al meer de vorm van defined contribution dan defined benefit. In Nederland heeft deze fondsvorm vooralsnog een minder hoge vlucht genomen, al biedt Robeco verschillende fondsen aan. Naast sec het aantal jaren dat iemand nog kan profiteren van zijn/haar human capital is het ook belangrijk om rekening te houden met de correlatie tussen loongroei en de rendementen op aandelen. Voor een aandelenbroker is het wellicht minder verstandig zijn hele vermogen in aandelen te beleggen… Ook het financieel beginvermogen bepaalt de allocatie naar aandelen, bij een groot financieel beginvermogen ligt het voor de hand het aandelenbelang sneller af te bouwen. Academische studies leveren empirisch bewijs voor de positieve resultaten van levenscyclus-beleggen, maar we moeten ons bewust zijn van de parameter gevoeligheid van de modellen en ons vragen blijven stellen als: “kunnen we  human capital als een risicovrij asset beschouwen of niet?”

 

Volgens Theo Nijman treedt door het nieuwe pensioenakkoord automatisch een vorm van levenscyclus-beleggen op en wel als volgt. Negatieve schokken in de dekkingsgraad worden voor het grootste deel opgevangen door de jongeren (leeftijdsdifferentiatie), zij zijn letterlijk het kind van de rekening. Aangetekend moet worden dat het andersom ook zo werkt, jongeren profiteren meer van positieve schokken in de dekkingsgraad. Helaas zijn de vooruitzichten hierop een stuk kleiner dan die op negatieve schokken. In de verdeling van het pensioenvermogen over de generaties speelt ook de discussie over de disconteringscurve een grote rol. Nijman pleit voor een ‘nationale disconteringscurve’ voor de pensioenfondsen. Groot voordeel hiervan is dat het eigen beleggingsbeleid van een pensioenfonds de curve niet beïnvloedt en daaruit voortvloeiend wordt de verdeling van de pensioenpot zo losgekoppeld van het korte termijn beleggingsbeleid.

 

Na de pauze stond levenscyclus-beleggen minder centraal en werden de

presentaties algemener van aard. Bas Donkers van de Erasmus Universiteit kreeg de kans om zijn zelfontworpen ‘distribution builder’ te tonen. Dit is een interactieve tool om de risicohouding te meten in de context van de investeringsbeslissing. Een goede vraag uit het publiek over deze tool was dat er weinig aandacht besteed wordt aan het verschil tussen de ex ante en ex post resultaten. Het model lijkt ex ante met een bepaalde zekerheidswaarde een bepaald beleggingsresultaat te beloven, maar wat als dit ex post toch niet blijkt te kloppen. Het model draait op veronderstellingen over de markt die niet per se bewaarheid hoeven te worden. In hoeverre wordt er dan een schijnzekerheid geboden door nu al een eindresultaat te beloven… Dit kritiekpunt kon niet worden weerlegd. Dit maakt de praktische relevantie van het model mijns inziens beperkt.

 

Tot slot lieten Bert-Jan Bosboom en Bas Windt van de AFM hun licht schijnen over het Nederlandse pensioenlandschap. Dit deden ze aan de hand van een aantal interessante cijfers. Het aantal pensioenfondsen daalt al jaren, volgens Bosboom fuseren/liquideren er zo’n 100 pensioenfondsen per jaar en zijn er nu nog ongeveer 400 over. Nog 4 jaar te gaan dus… Verder ziet de AFM een trend van defined benefit naar defined contribution pensioenplannen. Hoe is de pensioenuitkering eigenlijk opgebouwd? Wist u dat premies slechts 20% van de pensioenopbouw uitmaken en dat 37% en 43% van de pensioenopbouw komt van rendement tijdens respectievelijk de opbouw- en de uitkeringsfase. In de AFM presentatie liet het onderstaande plaatje op amusante wijze de levensfasen zien.

 

De AFM ziet lifecycle beleggen als welkome aanvulling op de bestaande pensioenspaarvormen zowel in de 2e als 3e pijler van ons pensioenstelsel. De AFM toetst lifecycle fondsen net zoals andere beleggingsproducten aan de hand van de knvb normen: kostenefficiënt, nuttig, veilig en begrijpelijk.

 

Kortom, het was een interessante middag vol informatie over levenscyclus beleggen en hoe dit past binnen het huidige en toekomstige pensioenstelsel.

 

Diemer de Vries

REAGEER > waardering:
1 stem

reacties


Om misbruik tegen te gaan dient u ingelogd te zijn.
AANMELDEN >
Lid van EFFAS - european federation of financial analysts societies
© vba beleggingsprofessionals 2017